In het zuiden van de Alentejo is het landschap open en weids. Dichtbij de grens met Spanje wordt het doorsneden door de rivier de Guadiana. Een deel van haar stroomgebied werd in 1995 uitgeroepen tot natuurpark. Het heeft een oppervlak van bijna 70.000 ha.

Op deze pagina vindt u beknopte informatie over:

Landschap
Klimaat
Vegetatie
Fauna
Economie
Wandelen in het natuurpark
Praktische informatie



Landschap

Alentejaanse varkens

Heuvels tot aan de einder, doorsneden door de rivier de Guadiana. Kale steppeachtige vlaktes worden afgewisseld door karakteristieke “montados”, een  parkachtig landschap met verspreid staande steeneiken. Net als de Nederlandse heide is dit landschap door de mens gemaakt. De bossen werden gekapt voor hout en brandstof. Dat er nog bomen staan is vooral te danken aan het Alentejaanse varken. Dat leeft vooral van de eikels. Ook bieden de bomen hartje zomer schaduw aan de schapen. De dunne en schrale bodem ligt op een ondergrond van vooral schist en zandsteen. Een deel is echter van vulkanische oorsprong. Het vormt de beroemde “Iberische pyrietgordel”, waarschijnlijk de belangrijkste zwavelhoudende erstlaag van de wereld. Zo’n 380 miljoen jaar geleden werd Zuid-Portugal van de rest van Iberië gescheiden door een zee. Vulkanische uitbarstingen onder water vormden grote hoeveelheden zwavelhoudende sedimenten, die later werden omgevormd tot pyriet. Nu vormt dit een 250 kilometer lange ader. Er zijn dan ook op meerdere plaatsen mijnbouwactiviteiten, zowel in Portugal als in Spanje. Aan de rand van het park ligt de nu verlaten pyrietmijn van São Domingos, ooit de grootste koper- en zwavelmijn van Europa. De rustig stromende Guadiana wordt in het park op een plek een woeste rivier. Bij Pulo do Lobo komt een rotsformatie aan het oppervlak. De rivier moet zich hier een weg banen door een smalle ondiepe kloof, een spectaculair gezicht. 


Klimaat  Het gebied heeft een mediterraan klimaat, met zowel Atlantische als continentale invloeden. De winters zijn er koel en de zomers heet en droog. 


Vegetatie  Steppeachtige vlaktes, “montados” met steeneiken en gebieden met Mediterraan struikgewas vormen de belangrijkste landschaps- en vegetatievormen. Op de vlaktes wordt op extensieve wijze graan verbouwd. Na de oogst moet het land enkele jaren braak liggen. Er groeien dan gras en lage struikjes. In het voorjaar staat het vol met bloemen. De graanbouw is sterk op z’n retour.

Cistus crispus

Hiervoor in de plaats komt dan de schapenteelt. Op de montados met steeneiken wordt meestal vee gehouden. Soms groeien er ook gewassen zoals zonnebloemen. ‘s Winters en in het voorjaar is het groen onder de bomen, maar ‘s zomers is alles geel, een desolaat gezicht. Het mediterrane struikgewas dat op vele plaatsen groeit (o.a. op de hellingen van het Gaudiana-dal) bestaat vooral uit cisteroos (Cistus ladanifer), een plant met witte bloemen en kleverig blad. Ook groeien er zonneroosjes zoals Cistus crispus. Ook vinden we er rozemarijn, tijm, oregano en kuiflavendel (Lavandula stoeches). Er groeien mastiekbomen (Pistacea lentiscus),  myrtus (myrtus communis) en oleander met witte of roze bloemen.  In het park komt ook de bijzondere waterklavervaren Marsilea batardae voor, een soort die speciale bescherming geniet. Het natuurpark heeft weinig bossen. Hier en daar staan wat dennen en er is wat eucalyptusaanplant. 


Scharrelaar

Fauna   Het park is vooral van belang ter bescherming van vogels en dan vooral die van soorten die zich thuis voelen op de steppeachtige vlaktes met extensieve graanbouw. De traditionele graanbouw, waarbij het land na de oogst jarenlang braak ligt, staat echter onder druk en daarmee het leefgebied van deze vogels. Hoewel grotendeels gelegen buiten het eigenlijke natuurpark, zijn de vlaktes tussen Mértola en Castro Verde een ideaal gebied voor veel steppevogels. Het is de streek  waar de extensieve graanbouw nog niet geheel verdwenen is. Er zitten grote en kleine trappen, grielen, zwartbuikzandhoenders (Pterocles orientalis) en grauwe kiekedieven. Bij de stad Mértola zien we veel kleine torenvalken, die broeden in het Convento de S. Francisco even buiten de stad. Er broeden ook ooievaars, wielewalen en blauwe rotslijsters. 

Blauwe ekster

Bij de Guadiana, maar ook in het gebied ten oosten van Mértola (vooral bij de oude mijnen van São Domingos) zien we roodstuitzwaluwen, rotszwaluwen en blonde tapuiten. Er zitten ook steenarenden, scharrelaars, zwarte ooievaars, gieren (vale gier en monniksgier), grijze gorzen en oehoes. Het natuurpark is een goede plek voor leeuwerikken (kalander- en theklaleeuwerik) en de Spaanse mus. Bijzonder is de rosse waaierstaart (Cercotrichas galactotes). In de montados van steeneiken en in dennenbossen zien we blauwe eksters. Deze vogels komen in Europa alleen in Spanje en Portugal voor.

Trapslang

In het park zijn weinig grote zoogdieren. Er zijn vossen, bunzings, Iberische hazen en eikelmuizen. We zien er ook steenmarters, wilde en genetkatten. Verstopt in dicht struikgewas zitten ook mangoestes oftewel faraoratten (Herpestes ichneumon). Deze roofdieren, inclusief staart soms bijna een meter lang, komen in Europa alleen voor op het Iberisch schiereiland. Er zijn ook hagedissen en slangen. Het vermelden waard zijn de fraaie parelhagedis (Timon lepidus of Lacerta lepida) , de trapslang (Elaphe scalaris)  en de hagedisslang (Malpolon monspessulanus). Deze laatste kan wel twee meter lang worden. Hij eet niet alleen hagedissen, maar ook andere kleine reptielen, zoogdieren en jonge vogels. Om te jagen houdt hij zijn kop een halve meter boven de grond zodat hij goed zicht heeft en snel kan aanvallen. Het is een gifslang, maar een beet is niet dodelijk voor een mens. Toch is het beter om bij deze agressieve slang uit de buurt te blijven. 


Minas de São Domingos

Economie In het park wonen maar weinig mensen. De bevolking leeft er voornamelijk van de landbouw (extensieve graanbouw, schapen- en varkensteelt). en het kleinschalige toerisme. Vroeger was de pyrietmijn van Sao Domingos van groot economisch belang. Duizenden mensen vonden er werk. Nadat de mijn in de jaren 60 van de vorige eeuw dicht ging, trokken velen weg. Ze gingen naar Lissabon of emigreerden.

Mertola

De enige stad binnen de grenzen van het park is Mértola. Het is vanwege zijn Moorse verleden een toeristische trekpleister van enige betekenis. 


Wandelen in het natuurpark

Zie hiervoor de wandelgids:

Zuid-Portugal – 23 wandelingen 

Hierin staan drie wandelingen beschreven in of aan de rand van het natuurpark. Voor meer informatie over de wandelroutes klik hier

Een herziene gids is in voorbereiding. Deze verschijnt voorjaar 2019


Praktische informatie

Openbaar vervoer
Mértola is de enige stad In het natuurpark. Er zijn geen treinverbindingen. Voor dienstregeling (horários) bussen klik hier

Overnachten

Campingswww.roteiro-campista.pt of www.visitportugal.com

Hotels en overige accommodatie: www.visitportugal.com

Kaarten

Carta Militar de Portugal: serie M 888; 1:25.000. Voor meer informatie klik hier

Bezoekerscentrum natuurpark

Centro Polivalente de Divulgação da Casa do Lanternim
Rua D. Sancho II, nº 15
7750–350 MÉRTOLA
Tel: (+351) 286 612 016
E-mail: pnvg@icnf.pt