|
Parque Natural do
Vale do Guadiana
Landschap

Mértola aan de Guadiana
Heuvels tot aan de einder, doorsneden door
de rivier de Guadiana.
Kale steppeachtige vlaktes worden afgewisseld door karakteristieke "montados",
een parkachtig
landschap met verspreid staande steeneiken.

Veekraal op de hoogvlakte
Net als de Nederlandse heide is dit
landschap door de mens gemaakt. De bossen werden gekapt voor hout en brandstof.
Dat er nog bomen staan is vooral te danken aan het Alentejaanse varken. Dat
leeft vooral van de eikels. Ook bieden de bomen hartje zomer schaduw aan de
schapen.

Steeneiken
De dunne en schrale bodem
ligt op een ondergrond van vooral
schist en zandsteen. Een deel is
echter van vulkanische
oorsprong. Het vormt de beroemde "Iberische pyrietgordel", waarschijnlijk de
belangrijkste zwavelhoudende erstlaag van de wereld. Zo'n 380 miljoen jaar
geleden werd Zuid-Portugal van de rest van Iberië gescheiden door een zee.
Vulkanische uitbarstingen onder water vormden grote hoeveelheden zwavelhoudende
sedimenten, die later werden omgevormd tot pyriet. Nu vormt dit een 250
kilometer lange ader. Er zijn
dan ook op meerdere plaatsen mijnbouwactiviteiten, zowel in Portugal als in
Spanje. Aan de rand van het park ligt de nu verlaten pyrietmijn van São Domingos,
ooit de grootste koper- en zwavelmijn van Europa.

Pomarão aan de
Guadiana: oude haven van mijn van São Domingos
De
rustig stromende Guadiana wordt in het park op een plek een woeste rivier.
Bij Pulo do Lobo komt een rotsformatie aan het oppervlak. De rivier moet zich
hier een weg banen door een smalle ondiepe kloof, een spectaculair gezicht.
Top

Pulo do Lobo
Klimaat Het
gebied heeft een mediterraan klimaat, met zowel Atlantische als continentale
invloeden. De winters zijn er koel en de zomers heet
en droog. Top
Vegetatie
Steppeachtige vlaktes, "montados" met steeneiken en gebieden met Mediterraan struikgewas
vormen de belangrijkste landschaps- en vegetatievormen.
Op de vlaktes wordt op extensieve wijze graan verbouwd. Na de oogst moet het
land enkele jaren braak liggen. Er groeien dan gras en lage struikjes. In het
voorjaar staat het vol met bloemen. De graanbouw is sterk op z'n retour.
Hiervoor in de plaats komt dan de schapenteelt.

Alentejaanse "steppe"
Op de montados met steeneiken wordt meestal vee gehouden. Soms groeien er ook
gewassen zoals zonnebloemen. 's Winters en in het voorjaar is het groen onder de
bomen, maar 's zomers is alles geel, een desolaat gezicht.

Montado hartje zomer

Montado hartje winter

Het Mediterrane struikgewas dat op vele
plaatsen groeit (o.a. op de hellingen van het Gaudiana-dal) bestaat vooral uit
cisteroos (Cistus ladanifer), een plant met witte bloemen en kleverig blad.
Ook vinden we er rozemarijn, tijm, oregano en kuiflavendel (Lavandula
stoeches). Er groeien mastiekbomen (Pistacea lentiscus), myrtus (myrtus
communis) en oleander met witte of roze bloemen.
In het park komt ook de bijzondere
waterklavervaren Marsilea batardae voor, een soort die speciale bescherming
geniet.
In het park zijn weinig bossen. Hier en daar staan wat dennen en er is wat
eucalyptusaanplant.
Top
Cistus ladanifer
Fauna
Het
park is vooral van belang ter bescherming van vogels en dan vooral
die van soorten die zich thuis voelen op de steppeachtige vlaktes
met extensieve graanbouw. De traditionele graanbouw, waarbij het
land na de oogst jarenlang braak ligt, staat echter onder druk en
daarmee het leefgebied van deze vogels. Hoewel grotendeels gelegen buiten
het eigenlijke natuurpark, zijn de vlaktes tussen Mértola en Castro
Verde een ideaal gebied voor veel steppevogels. Het is de streek
waar de extensieve graanbouw nog niet geheel verdwenen is. Er zitten
grote en kleine trappen, grielen, zwartbuikzandhoenders (Pterocles
orientalis) en grauwe kiekedieven.

Kleine trappen
(foto Jan Stok)
Bij
de stad Mértola zien we veel kleine torenvalken, die broeden in het
Convento de S. Francisco even buiten de stad. Er broeden ook
ooievaars, wielewalen en blauwe rotslijsters. Bij de Guadiana,
maar ook in het gebied ten oosten van Mértola (vooral bij de oude
mijnen van São Domingos) zien we roodstuitzwaluwen, rotszwaluwen en
blonde tapuiten.
Roodstuitzwaluw
(foto Jan Stok)
Er
zitten ook steenarenden, scharrelaars, zwarte ooievaars, gieren
(vale gier en monniksgier), grijze gorzen
en oehoes

Steenarend (foto Jan Stok)

Scharrelaar (foto Jan Stok)
Het natuurpark is een goede plek voor leeuwerikken (kalander-
en theklaleeuwerik) en de Spaanse mus. Bijzonder is de rosse
waaierstaart (Cercotrichas galactotes).

Spaanse mus
(foto Jan Stok)
In de montados van steeneiken en in
dennenbossen zien we blauwe eksters. Deze vogels komen in Europa alleen in
Spanje en Portugal voor.

Blauwe ekster
(foto Jan Stok)
In het park zijn weinig grote zoogdieren. Er zijn vossen, bunzings, Iberische hazen
en eikelmuizen. We zien er ook steenmarters, wilde en genetkatten.
Verstopt in dicht struikgewas zitten ook mangoestes oftewel faraoratten (Herpestes ichneumon).
Deze roofdieren, inclusief staart soms bijna een meter lang, komen in Europa
alleen voor op het Iberisch schiereiland.
Er zijn ook hagedissen en slangen. Het vermelden waard zijn de fraaie
parelhagedis (Timon lepidus of Lacerta lepida) , de trapslang (Elaphe scalaris) en de hagedisslang
(Malpolon monspessulanus). Deze laatste kan wel twee meter
lang worden. Hij eet niet alleen hagedissen, maar ook andere kleine reptielen,
zoogdieren en jonge vogels. Om te jagen houdt hij zijn kop een halve meter boven
de grond zodat hij goed zicht heeft en snel kan aanvallen. Het is een gifslang,
maar een beet is niet dodelijk voor een mens. Toch is het beter om bij deze
agressieve slang uit de buurt te blijven. Top
Economie
In het park wonen maar weinig mensen. De bevolking leeft er voornamelijk van de
landbouw (extensieve graanbouw, schapen- en varkensteelt). en het kleinschalige
toerisme.

Zwarte Alentejaanse varkens
Vroeger was de pyrietmijn van Sao Domingos van groot economisch belang.
Duizenden mensen vonden er werk. Nadat de mijn in de jaren 60 van de vorige eeuw
dicht ging, trokken velen weg. Ze gingen naar Lissabon of emigreerden.

Mina de São Domingos: vervallen pyrietovens
De enige stad binnen de grenzen van het park is Mértola. Het is vanwege zijn Moorse verleden een
toeristische trekpleister van enige betekenis. Top
Wandelen
Zie
hiervoor de wandelgids:
Zuid-Portugal
23 wandelingen door
de Alentejo en Costa de Lisboa

Hierin staan drie wandelingen beschreven in of aan de rand van het natuurpark
Meer informatie over de wandelroutes is te vinden op het kaartje
hieronder:

Klik
op het kaartje voor vergroting
Openbaar vervoer

Mértola is de enige stad In het natuurpark. Er zijn geen treinverbindingen.
Voor dienstregeling (horários) bussen klik hier
Overnachten
Campings: Voor meer informatie over campings klik
hier
Hotels en pensions: Voor meer informatie over hotels/pensions
klik
hier
Kaarten
Carta
Militar de Portugal: serie M 888; 1:25.000. Voor meer informatie klik
hier
Bezoekerscentrum
natuurpark
Rua D.Sancho II,
nº15
Apartado 45
7750 - 350 MÉRTOLA
Tel. : (351) 286 610 090
Fax: (351) 286 610 099
e-mail.
pnvg@icn.pt
Toeristische informatie:
www.rt-planiciedourada.pt
Top
Wandelen in Portugal ©
1996-2008, Roel Klein & Bert Stok tenzij anders vermeld
|