|
De Torre,
de hoogste berg van Portugal
Uit:
Midden-Portugal,
19 wandelingen
door de Serra da Estrela en Beira Interior


>
Achtergrondverhaal
>
Routebeschrijving
Voor printvriendelijke pagina: klik
hier
Wol,
kaas en electriciteit
De Torre, de hoogste berg
van Portugal, heeft geen spits zoals kinderen die tekenen. Hij is van ver slechts herkenbaar
door twee enorme bollen, overblijfselen van wat ooit een
NAVO-radarstation was. Op de top (1991 m) staat een landmeetkundig
markeringspunt, dat in 1802 werd gebouwd in opdracht van de regent
en latere koning João VI. Om de magische grens van 2000 m te
bereiken werd het bouwsel toen precies negen meter hoog.
De Serra da Estrela,
waarvan in 1976 het grootste deel tot natuurpark is uitgeroepen,
vormt de westelijke uitloper van het Castiliaans scheidingsgebergte.
Het bestaat uit een granieten bult temidden van veel oudere en lager
gelegen leisteenformaties. Het landschap bij de Torre is glooiend en
weids en biedt prachtige vergezichten. Gedurende de ijstijden was de
top van het massief bedekt met een dikke laag ijs. In alle
windrichtingen werden door gletsjers dalen uitgeschuurd. Na de
laatste ijstijd – zo’n 20.000 jaar geleden - bleef er een hoogvlakte
bedekt door naald- en berkenbossen. Door ontbossing en veeteelt
ontstond het hedendaagse landschap: indrukwekkende rotsformaties van
bijna gepolijste granietblokken met daartussen vlakten bedekt met
borstelgras. Narcissen en klokjesgentianen brengen kleur in deze
groengrijze woestenij. ’s Zomers grazen hier grote kuddes schapen
waarvan de verwoestende effecten in het landschap zichtbaar zijn:
kale vlaktes met bosjes jeneverbes. Op voor de mens moeilijk
bereikbare plekken groeit nog de Gentiana lutea, een tegenwoordig
zeldzame plant die wordt gebruikt in de geneesmiddelenindustrie. Het
is ook het terrein van de alpenkraai, een bijzondere vogel met rode
poten en een lange, kromme rode snavel. Verstopt in de plooien van
het golvende terrein liggen vele meertjes, waarin soms de witte
bloemen van de waterranonkel drijven. ’s Zomers zwemmen kikkervisjes
driftig rond in het koude water en zit een wat oudere generatie
langs de oever te zonnen op groen bemost graniet. Je kunt er
prachtig wandelen van meertje naar meertje.

Stuwdam Lagoa Comprida
Niet alle meertjes rond
de Torre zijn natuurlijk. Aan het eind van de 19e eeuw werd een
begin gemaakt met de aanleg van een aantal stuwdammen ten behoeve
van de productie van witte steenkool. In 1909 was de
waterkrachtcentrale van Sabugueiro gereed. Als een van de eerste
plattelandsstadjes in Portugal had Seia elektrische verlichting. In
1914 werd begonnen met de bouw van de grote stuwdam van Lagoa
Comprida. De dam werd steeds verhoogd en bereikte in 1965
uiteindelijk een hoogte van zo’n 30 meter. Verschillende kleinere
stuwmeertjes werden via onderaardse kanalen verbonden met dit
centrale stuwmeer. Het levert nu water voor meerdere
elektriciteitscentrales bij Seia. Het project riep echter ook
weerstanden op. Toen de overheid na de Tweede Wereldoorlog een
aantal stuwdammen wilde aanleggen in de meertjes boven het dorp
Loriga, kwam de bevolking hiertegen in verzet. Zij had in de zomer
water nodig voor de molens en het irrigeren van maïsvelden. Het
protest had succes. Met de bouw van de stuwdam van Covão do Meio
werd pas begonnen nadat de elektriciteitsmaatschappij had beloofd in
de zomer voldoende water voor het dorp apart te houden.
Terwijl het
irrigatiewater de helling afstroomt, lopen de schapen uit de dorpen
omhoog naar hun zomerweiden. Nog steeds kun je boven in de bergen
genieten van de aanblik van grote kuddes schapen. Tot ver in de
vorige eeuw was de schapenteelt in Portugal van groot economisch
belang. De Serra da Estrela was een van de belangrijkste centra.
Enorme kuddes van elk meer dan duizend stuks vee trokken op en neer
tussen winter- en zomerweiden: de transhumance. Als de kastanjes in
oktober van de bomen vielen maakten de herders uit de bergdorpen
aanstalten het vee naar het laagland te leiden. Men trok via vaste
routes naar de Douro in het noorden, Coïmbra in het westen of Idanha
in het zuiden. Het moet voor de bewoners van de aan deze routes
gelegen dorpen ieder jaar weer een indrukwekkend spektakel zijn
geweest: een witte golf die zich door de nauwe ommuurde weggetjes
perste. Schreeuwende herders en blaffende honden dwongen de
mekkerende en rinkelende kudde zo snel mogelijk over de smalle
bruggetjes. Op de plaats van bestemming werden weidegronden gepacht.
Er werd betaald met geld, maar ook met schapenkaas, lammeren of
geiten. Sommige grondeigenaren stonden veevoer af in ruil voor
bemesting van hun land. Veel bergdorpen hadden een zogenaamde ‘maioral’,
een professionele herder die door de veehouders werd ingehuurd voor
de transhumance. In maart wanneer de sneeuw ging smelten, keerde het
vee terug naar de dorpen in de bergen. In april trokken de kuddes
naar de zomerweiden op de hoogvlakte van de Estrela, om daar te
blijven tot eind september. Op de zomerweiden graasde niet alleen
het vee van de bergbewoners. Gedurende de droogste periode van het
jaar (juli en augustus), als de weidegronden in het laagland er dor
en vergeeld bij lagen, maakten veehouders uit deze gebieden graag
gebruik van de grazige weiden in het hooggebergte. Uit een gebied
met een straal van zo’n 50 km rondom de Serra da Estrela werden
kuddes door ingehuurde herders naar de hoogvlakte gedreven. ’s
Nachts verbleven de dieren in kloven of tussen de rotsen ter
bescherming tegen wolven. Ook de herders brachten de nacht in de
open lucht door. Bij slecht weer verbleef men in stenen hutten die
her en der op de hoogvlakte zijn neergezet. Maakte een veehouder
geen gebruik van een ingehuurde herder dan moest hij voor elke
twintig schapen die hij aan de gemeenschappelijke kudde toevoegde
een nacht in de bergen doorbrengen. Aan het eind van de zomer daalde
men weer af naar de dorpen.
Hand in hand met de
schapenteelt kwam de wolnijverheid tot ontwikkeling. Dankzij de
aanwezigheid van veel en schoon water, wol, brandhout en de nodige
overheidssteun groeide de oorspronkelijke huisnijverheid uit tot
grootindustrie. Vanaf de 18e eeuw werden tegen de hellingen van het
gebergte meerdere wolwasserijen, -ververijen en –weverijen
neergezet. Het op de zuidflank van de Estrela gelegen stadje Covilhã
ontwikkelde zich hierdoor tot een heus industrieel centrum (zie:
Covilhã, het Manchester van Portugal). Vanaf de jaren vijftig van de
vorige eeuw veranderde de transhumance van karakter. Als gevolg van
de bebossing door de overheid van grote delen van de
gemeenschappelijke gronden in de bergen, was het areaal aan
weidegrond in de eerste helft van de 20e eeuw sterk afgenomen. Niet
lang daarna begon de neergang van de Portugese wolindustrie en nam
de vraag naar ruwe wol langzaam af. In dezelfde periode kwam de
massale migratie op gang van het platteland naar de stad. Met hun
eigenaren verdwenen de kuddes. De overgebleven veehouders trokken
nog wel op en neer tussen winter- en zomerweiden, maar over veel
kleinere afstanden. Een totale ineenstorting van de schapenteelt in
de Serra da Estrela werd voorkomen door de stijgende populariteit
van ‘queijo da serra’, een klein kaasje gemaakt van de melk van één
soort schaap: ‘Bordeleira’. Het wordt nog vaak op ambachtelijke
wijze geproduceerd en profiteert van de groeiende belangstelling van
de Portugese stadsbewoner voor het platteland. Vooral de regionale
gastronomie doet de stedeling zijn rurale wortels hervinden. Op
zondagen is het dan ook een drukte van belang in de restaurants die
traditionele boerengerechten serveren. Als nagerecht staat vaak het
befaamde kaasje op het menu.
Torre – Torre (11 km)
Top

Op het kaartje hiernaast staat het beginpunt van de wandeling.
Klik op kaartje voor vergroting.
Hoogteverschil: 240 m
Begin/eindpunt: torentje met kantelen op de Torre
Bereikbaarheid: alleen per auto. Taxi vanuit Penhas da Saúde.
In juli en augustus is Penhas da Saúde per bus bereikbaar vanuit
Covilhã. Voor bereikbaarheid Covilhã zie dienstregeling (horários)
spoorwegen:
www.cp.pt.
en bussen:
www.rede-expressos.pt (heel Portugal; lange afstand)
Winkel/café: Torre
Kaarten: Carta Militar de
Portugal, M 888 (1:25.000), nr 223 of Carta Turistica van het Parque Natural da
Serra da Estrela (1:50.000)
Info
natuurpark: voor
informatie over het Parque Natural da Serra da Estrela klik
hier
 |
Route
Met rug naar ingang torentje (1) LA naar beginpunt
(hoogste punt) skilift. Vanaf
daar landweg naar beginpunt tweede en derde skilift. Bij derde
skilift stopt landweg. Omlaag naar beginpunt korte skilift. Loop
daarna loodrecht op deze skilift naar asfaltweg. RD ruig gebied in.
Na ongeveer 50 m ziet u het eerste steenmannetje (gestapelde stenen)
met rode verfstreep op rotsen (er zijn ook steenmannetjes zonder
rode verf). Vanaf hier steeds rode markeringen volgen. Indien u
eerste markering niet kunt vinden, RD tot rand van nabijgelegen
natuurlijke amfitheater (Covão d’Ametade), de bron van de Zêzere.
Hier LA en langs rand lopen tot u rode markeringstekens ziet. Deze
blijven volgen. Route gaat naar lager gelegen kleine meertjes en
daarna weer omhoog richting bergtop Cume (met kegelvormig
landmeetkundig markeringspunt). Waar route bijna asfaltweg raakt, LA
en naar asfaltweg. Hier RA en na ruim 100 m LA via landweg omlaag.
Landweg loopt naar stuwdammetje beneden (2). Vlakbij het dammetje,
waar rode markeringen langs de weg duidelijk zichtbaar worden,
omdraaien en weer omhoog lopen. Vanaf hier steeds rode markeringen
volgen tot de Torre. Globaal loopt de route eerst over een pas.
Daarna is er een stuwmeer. Hier over dammetje en rechts langs oever
tot einde van het meer. Daarna via beekdal RD verder omhoog. Na 200
m LA naar top. Vanaf deze top ziet u de Torre. Loop hierheen.
Kijkpunten
1. Tegenover u ligt het landmeetkundig markeringspunt uit 1802. Van
de oorspronkelijke ‘piramide’ is de punt verdwenen en vervangen door
iets moderns.
2. Covão do Meio: een van de vele gletsjerdalen in de Serra da
Estrela, ontstaan tijdens de laatste ijstijden (midden- en
laat-Pleistoceen). De stuwdam werd in de jaren vijftig aangelegd.
Wandelen in Portugal ©
1996-2008, Roel Klein & Bert Stok tenzij anders vermeld |