Wandelen in Portugal

 
 
 

Home
Regio's
Wandelgidsen
Natuurparken
Steden
Wandelroutes
Foto's
Kaarten
Over deze site
Disclaimer
Links
Sitemap
Zoeken
Contact



 


De Torre,
de hoogste berg van Portugal
 

Uit:
Midden-Portugal,
26 wandelingen door de Serra da Estrela en Beira Interior

 


 

 

 

> Achtergrondverhaal

> Routebeschrijving

 

 

 


Voor printvriendelijke pagina: klik hier
                



Wol, kaas en electriciteit

De Torre, de hoogste berg van Portugal, heeft geen spits zoals kinderen die tekenen. Hij is van ver slechts herkenbaar door twee enorme bollen, overblijfselen van wat ooit een NAVO-radarstation was. Op de top (1991 m) staat een landmeetkundig markeringspunt, dat in 1802 werd gebouwd in opdracht van de regent en latere koning João VI. Om de magische grens van 2000 m te bereiken werd het bouwsel toen precies negen meter hoog.

De Serra da Estrela, waarvan in 1976 het grootste deel tot natuurpark is uitgeroepen, vormt de westelijke uitloper van het Castiliaans scheidingsgebergte. Het bestaat uit een granieten bult temidden van veel oudere en lager gelegen leisteenformaties. Het landschap bij de Torre is glooiend en weids en biedt prachtige vergezichten. Gedurende de ijstijden was de top van het massief bedekt met een dikke laag ijs. In alle windrichtingen werden door gletsjers dalen uitgeschuurd. Na de laatste ijstijd – zo’n 20.000 jaar geleden - bleef er een hoogvlakte bedekt door naald- en berkenbossen. Door ontbossing en veeteelt ontstond het hedendaagse landschap: indrukwekkende rotsformaties van bijna gepolijste granietblokken met daartussen vlakten bedekt met borstelgras. Narcissen en klokjesgentianen brengen kleur in deze groengrijze woestenij. ’s Zomers grazen hier grote kuddes schapen waarvan de verwoestende effecten in het landschap zichtbaar zijn: kale vlaktes met bosjes jeneverbes. Op voor de mens moeilijk bereikbare plekken groeit nog de Gentiana lutea, een tegenwoordig zeldzame plant die wordt gebruikt in de geneesmiddelenindustrie. Het is ook het terrein van de alpenkraai, een bijzondere vogel met rode poten en een lange, kromme rode snavel. Verstopt in de plooien van het golvende terrein liggen vele meertjes, waarin soms de witte bloemen van de waterranonkel drijven. ’s Zomers zwemmen kikkervisjes driftig rond in het koude water en zit een wat oudere generatie langs de oever te zonnen op groen bemost graniet. Je kunt er prachtig wandelen van meertje naar meertje.

Wandelen bij de Torre
 



Niet alle meertjes rond de Torre zijn natuurlijk. Aan het eind van de 19e eeuw werd een begin gemaakt met de aanleg van een aantal stuwdammen ten behoeve van de productie van witte steenkool. In 1909 was de waterkrachtcentrale van Sabugueiro gereed. Als een van de eerste plattelandsstadjes in Portugal had Seia elektrische verlichting. In 1914 werd begonnen met de bouw van de grote stuwdam van Lagoa Comprida. De dam werd steeds verhoogd en bereikte in 1965 uiteindelijk een hoogte van zo’n 30 meter. Verschillende kleinere stuwmeertjes werden via onderaardse kanalen verbonden met dit centrale stuwmeer. Het levert nu water voor meerdere elektriciteitscentrales bij Seia. Het project riep echter ook weerstanden op. Toen de overheid na de Tweede Wereldoorlog een aantal stuwdammen wilde aanleggen in de meertjes boven het dorp Loriga, kwam de bevolking hiertegen in verzet. Zij had in de zomer water nodig voor de molens en het irrigeren van maïsvelden. Het protest had succes. Met de bouw van de stuwdam van Covão do Meio werd pas begonnen nadat de elektriciteitsmaatschappij had beloofd in de zomer voldoende water voor het dorp apart te houden.

Stuwdam Lagoa Comprida
 


Terwijl het irrigatiewater de helling afstroomt, lopen de schapen uit de dorpen omhoog naar hun zomerweiden. Nog steeds kun je boven in de bergen genieten van de aanblik van grote kuddes schapen. Tot ver in de vorige eeuw was de schapenteelt in Portugal van groot economisch belang. De Serra da Estrela was een van de belangrijkste centra. Enorme kuddes van elk meer dan duizend stuks vee trokken op en neer tussen winter- en zomerweiden: de transhumance. Als de kastanjes in oktober van de bomen vielen maakten de herders uit de bergdorpen aanstalten het vee naar het laagland te leiden. Men trok via vaste routes naar de Douro in het noorden, Coïmbra in het westen of Idanha in het zuiden. Het moet voor de bewoners van de aan deze routes gelegen dorpen ieder jaar weer een indrukwekkend spektakel zijn geweest: een witte golf die zich door de nauwe ommuurde weggetjes perste. Schreeuwende herders en blaffende honden dwongen de mekkerende en rinkelende kudde zo snel mogelijk over de smalle bruggetjes. Op de plaats van bestemming werden weidegronden gepacht. Er werd betaald met geld, maar ook met schapenkaas, lammeren of geiten. Sommige grondeigenaren stonden veevoer af in ruil voor bemesting van hun land. Veel bergdorpen hadden een zogenaamde ‘maioral’, een professionele herder die door de veehouders werd ingehuurd voor de transhumance. In maart wanneer de sneeuw ging smelten, keerde het vee terug naar de dorpen in de bergen. In april trokken de kuddes naar de zomerweiden op de hoogvlakte van de Estrela, om daar te blijven tot eind september. Op de zomerweiden graasde niet alleen het vee van de bergbewoners. Gedurende de droogste periode van het jaar (juli en augustus), als de weidegronden in het laagland er dor en vergeeld bij lagen, maakten veehouders uit deze gebieden graag gebruik van de grazige weiden in het hooggebergte. Uit een gebied met een straal van zo’n 50 km rondom de Serra da Estrela werden kuddes door ingehuurde herders naar de hoogvlakte gedreven. ’s Nachts verbleven de dieren in kloven of tussen de rotsen ter bescherming tegen wolven. Ook de herders brachten de nacht in de open lucht door. Bij slecht weer verbleef men in stenen hutten die her en der op de hoogvlakte zijn neergezet. Maakte een veehouder geen gebruik van een ingehuurde herder dan moest hij voor elke twintig schapen die hij aan de gemeenschappelijke kudde toevoegde een nacht in de bergen doorbrengen. Aan het eind van de zomer daalde men weer af naar de dorpen.

Hand in hand met de schapenteelt kwam de wolnijverheid tot ontwikkeling. Dankzij de aanwezigheid van veel en schoon water, wol, brandhout en de nodige overheidssteun groeide de oorspronkelijke huisnijverheid uit tot grootindustrie. Vanaf de 18e eeuw werden tegen de hellingen van het gebergte meerdere wolwasserijen, -ververijen en –weverijen neergezet. Het op de zuidflank van de Estrela gelegen stadje Covilhã ontwikkelde zich hierdoor tot een heus industrieel centrum (zie: Covilhã, het Manchester van Portugal). Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw veranderde de transhumance van karakter. Als gevolg van de bebossing door de overheid van grote delen van de gemeenschappelijke gronden in de bergen, was het areaal aan weidegrond in de eerste helft van de 20e eeuw sterk afgenomen. Niet lang daarna begon de neergang van de Portugese wolindustrie en nam de vraag naar ruwe wol langzaam af. In dezelfde periode kwam de massale migratie op gang van het platteland naar de stad. Met hun eigenaren verdwenen de kuddes. De overgebleven veehouders trokken nog wel op en neer tussen winter- en zomerweiden, maar over veel kleinere afstanden. Een totale ineenstorting van de schapenteelt in de Serra da Estrela werd voorkomen door de stijgende populariteit van ‘queijo da serra’, een klein kaasje gemaakt van de melk van één soort schaap: ‘Bordeleira’. Het wordt nog vaak op ambachtelijke wijze geproduceerd en profiteert van de groeiende belangstelling van de Portugese stadsbewoner voor het platteland. Vooral de regionale gastronomie doet de stedeling zijn rurale wortels hervinden. Op zondagen is het dan ook een drukte van belang in de restaurants die traditionele boerengerechten serveren. Als nagerecht staat vaak het befaamde kaasje op het menu.
 


Torre – Torre (11 km)                                                                                  Top

 

Op het kaartje hiernaast staat het beginpunt van de wandeling.

Klik op kaartje voor vergroting.

 

 

 

Totale stijging    250 m

Begin/eindpunt   torentje met kantelen op de Torre (GPS:17907/64613)

Bereikbaarheid  alleen per auto

Winkel/café         Torre

Route
Met rug naar ingang torentje (1) LA naar hoogste punt skilift. Vanaf daar RD boven langs pistes tot hoogste punt laatste skilift. Loop daarna naar houten huisje aan asfaltweg. Vanaf huisje de weg recht oversteken en RD ruig gebied in. Na ongeveer 400 m (GPS:18365/65845 = punt W op de kaart) ziet u het eerste steenmannetjes (gestapelde stenen) en geelrode en rode markering op rotsen. Vanaf hier steeds markeringen en steenmannetjes volgen. Indien u eerste markering niet kunt vinden, RD tot rand van nabijgelegen natuurlijke amfitheater (Covão d’Ametade), de bron van de Zêzere. Dit aan uw rechterhand houden en langs rand lopen tot u markeringstekens en steenmannetjes ziet. Deze steeds blijven volgen en langs rand blijven lopen. Na zo’n 200 m wegwijzer (GPS:18469/65965 = punt X op de kaart). Hier links aanhouden richting Cume. Route gaat naar lager gelegen kleine meertjes en daarna weer omhoog richting bergtop Cume (met landmeetkundig markeringspunt). Waar route bijna asfaltweg raakt (punt A op de kaart) LA gemarkeerde route verlaten en naar asfaltweg.

U kunt vanaf punt A eventueel doorlopen naar lager gelegen natuurlijk bergmeer (dit vereist enig klauterwerk; totale stijging: 220 m). Om hier te komen niet naar asfaltweg maar gemarkeerde route blijven volgen. Na ong. 500 m wegwijzer richting Lagoa do Peixão PR5 (GPS:17464/66925 = punt Y op de kaart). Hier RA. Volg geel/rode routemarkering en steenmannetjes tot meer (zo’n 1,5 km). Eventueel doorlopen tot punt met zicht op vallei (plek waar vroeger schapen werden gehoed). Zelfde weg terug naar punt A op de kaart.

Hier RA naar asfaltweg. Hier RA en na ruim 100 m LA via landweg omlaag. Landweg loopt naar dammetje beneden (2). Vlakbij het dammetje, waar rode markeringen langs de weg duidelijk zichtbaar worden en waar de weg over de beek gaat, omdraaien en weer omhoog lopen. Vanaf hier steeds routemarkeringen volgen tot de Torre. Globaal loopt de route eerst een stukje terug over de landweg. Na zo’n 200 m RA landweg verlaten (GPS:17057/66017 = punt Z op de kaart). Daarna over een pas naar stuwmeer. Hier over dammetje en langs oever tot einde van het meer. Daarna via beekdal RD verder omhoog. Na 200 m LA naar top. Vanaf deze top ziet u de Torre (radarbollen). Loop hierheen.

 1 De Torre, het hoogste punt van continentaal Portugal, is van ver te zien door twee enorme bollen, overblijfselen van wat ooit een NAVO-radarstation was. Op de top staat een landmeetkundig markeringspunt, gebouwd in 1802 in opdracht van regent en latere koning João VI. Door dit metershoge bouwwerk werd de magische grens van 2000 m bereikt. Inmiddels is het oorspronkelijke markeringspunt gedeeltelijk vervangen door een modernere versie.

2 Vanaf hier ziet u Covão do Meio, een van de vele gletsjerdalen in de Serra da Estrela, ontstaan tijdens de laatste ijstijden (100.000 – 10.000 jaar geleden). De stuwdam is in de jaren vijftig aangelegd.  

 

 


Wandelen in Portugal © 1996-2014, Roel Klein & Bert Stok tenzij anders vermeld