|
De
Douro
Uit:
Midden-Portugal,
19 wandelingen
door de Serra da Estrela en Beira Interior


>
Achtergrondverhaal
>
Routebeschrijving
Voor printvriendelijke pagina: klik
hier
Spoorlijn en portwijn
Het
stadje Vila Nova de Foz Côa ligt op een hoogvlakte, maar het station
ligt beneden in het diep uitgesneden Dourodal. Ooit stampten daar,
dicht langs de rivier, locomotieven over een uit leisteen gehakt
tracé. Van ver hoorde je ze aankomen, gepuf en gefluit weerkaatst
tegen de met wijnstokken en amandelbomen begroeide hellingen. Na de
drukte van het in- en uitstappen, klommen de reizigers vanuit het
dal steil omhoog naar Foz Côa. Daarna keerde de rust weer terug.
Alleen de aanvoer van vaten portwijn bracht dan nog wat leven in de
brouwerij. De diesel verving de stoomlocomotief, maar ook die doet
het station niet meer aan. Van de in de jaren tachtig van de vorige
eeuw opgeheven spoorlijn liggen de rails nog op hun plaats. Een
enkele bout ligt los tussen de bielzen in het grind, met de letters
CP van ‘Caminhos de Ferro Portugueses’ op de kop. Ook het station
staat er nog. De gietijzeren spanten met bloemmotief hangen nu boven
de wilde planten op het perron. Binnen is het een rotzooi, daar is
de schoonheid van het verval tot treurnis verworden. Voor het
station op de kade gooien vissers hun hengel uit in een kalme blauwe
Douro. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw raasde de rivier,
nog niet getemd door stuwdammen, omlaag langs de spoorlijn richting
Porto.
In 1873 werd onder druk van de elite van Porto een begin gemaakt met
de aanleg van de spoorlijn door het Dourodal. De productie en export
van portwijn was eeuwenlang een van de belangrijkste pijlers van de
Portugese economie. De wijnvaten werden per boot van de wijngaarden
langs de Douro naar de wijnhuizen in Vila Nova de Gaia bij Porto
vervoerd. Een hachelijke onderneming. Vaak gingen de scheepjes in de
woeste stroomversnellingen ten onder. In 1887 was de spoorverbinding
tussen Porto en de Spaanse grens gereed, waardoor de wijn voortaan
veiliger vervoerd kon worden.

Verlaten spoorlijn langs de Douro
De
geterrasseerde hellingen in het Dourodal bij Foz Côa behoren tot het
gebied waar een deel van de geproduceerde wijn de naam portwijn mag
dragen. De verweerde leisteen in het rivierdal is een ideale bodem
voor druiventeelt. De warmte wordt goed vastgehouden en regenwater
trekt snel weg. De beslissing om de portwijnproductie tot een
afgebakend gebied te beperken, werd in 1756 genomen door de markies
van Pombal. Deze eerste minister van koning José I begreep dat de
winsten uit de export van portwijn alleen vergroot konden worden als
de kwaliteit werd verbeterd en het aanbod beperkt werd gehouden. Om
dit laatste te bereiken bepaalde hij dat portwijn uitsluitend mocht
worden gemaakt van druiven uit een bepaald gebied, de zogenaamde
‘Região Demarcada do Vinho do Porto’. Om de productie verder terug
te dringen werden vele kleine boeren, ondanks het feit dat hun
terrassen binnen de zone lagen, gedwongen hun wijnstokken uit te
graven en olijf- of amandelbomen te planten. De overgebleven
wijnboeren mochten geen mest meer gebruiken. De markies zelf trok
zich van zijn maatregelen weinig aan. Hij zorgde er voor dat zijn
eigen landerijen, hoewel die heel ergens anders lagen, binnen de
bevoorrechte zone zouden vallen. In de 19e eeuw werd onder invloed
van het liberalisme de overheidscontrole minder en werd toegestaan
dat de portwijnregio zich sterk uitbreidde. Verminderd toezicht had
echter ook fraude tot gevolg: overal verschenen zoete rode wijnen
die de naam ‘Port’ droegen. In 1907 werd het strenge regime dan ook
weer in ere hersteld.
Sinds de toetreding van Portugal tot de Europese Unie in 1986 wordt
met behulp van omvangrijke subsidies het wegennet in snel tempo op
West-Europees niveau gebracht. De groei van het autoverkeer heeft
dan ook tot gevolg dat het ene na het andere onrendabel geworden
spoortraject wordt opgeheven. Zo ook in het Dourogebied. De portwijn
gaat nu met grote tankauto’s naar de wijnhuizen in Vila Nova de Gaia.
Misschien dat als gevolg van een stijging van de energieprijzen en
strenge milieuwetgeving het vervoer per trein of over water weer
nieuw leven wordt ingeblazen. Aan de techniek zal het niet liggen.
De eens zo woeste rivier bestaat nu uit brede kalme watervlaktes en
elke stuwdam heeft een sluis waarmee soms meer dan 30 meter
hoogteverschil wordt overbrugd. Voorlopig varen er vooral
rondvaartboten op de rivier. Zo’n boottochtje is het mooist in de
vroege lente wanneer de amandelbomen in bloei staan. Misschien dat
de aasgier dan ook net terug is uit de tropen. Een andere gier, de
vale gier, vliegt hier het hele jaar met lome vleugelslagen tussen
de bergen. In september is het een en al bedrijvigheid op de
hellingen. Dan begint de druivenoogst. Op plekken waar de tractor
niet kan komen, zullen mannen met loodzware manden als gemzen over
steile trappen de terrassen afdalen. Ze bewaren hun evenwicht door
de hoge manden met een hoofdband strak tegen hun rug te trekken.
Vila Nova de Foz Côa – Vila Nova de Foz Côa (16
km)
Top

Op het kaartje hiernaast staat het beginpunt van de wandeling.
Klik op kaartje voor vergroting.
Hoogteverschil:
270 m
Begin/eindpunt: Praça do Município in
Foz Côa
Bereikbaarheid: per bus vanuit
verschillende richtingen. Voor dienstregeling (horários) zie:
www.rede-expressos.pt
Winkel/café: Vila Nova de Foz Côa
Kaart: Carta Militar de Portugal, M 888
(1:25.000) nr 141
 |
Route
Met gezicht naar standbeeld van koning Dinis en rug naar kerk
(1), straatje links van gemeentehuis (Câmara Municipal)
inlopen (Rua das Amoreiras). Na 200 m T-splitsing aan rand van stad.
Hier LA omlaag. Beneden bij kruising RA asfaltweggetje. Na 1,5 km
kruising (onverharde weg gaat hier rechtdoor). Hier RA (Caminho do
Vale Cabrões). Verder via landweg. Bij splitsingen steeds links
aanhouden. Doorlopen tot rivier en niet meer gebruikte spoorlijn. RA
en brug over. Volg spoortracé tot station Foz Côa (ruïne). Even voor
brug RA asfaltweg omhoog (2). Na
ruim 2 km T-splitsing van asfaltwegen bij gebouwtje. Hier LA. RD tot
Foz Côa. In bebouwde kom RD omhoog. Waar de weg recht op een huis
afloopt links aanhouden en verder via Rua do Castelo. Bij
T-splitsing LA naar Praça do Município.
Kijkpunten
1. Parochiekerk met
zestiende-eeuws portaal, een voorbeeld van de typisch Portugese
Manuelino-stijl, vernoemd naar koning Manuel I. Deze beeldhouwstijl
markeert de overgang van laatgotiek naar renaissance. Vaak worden
hierin elementen gebruikt die verwijzen naar de scheepsvaart.
2.In het landschap zien we veel
witte cilinderachtige gebouwtjes. Het zijn duiventillen. Duiven
worden gegeten, ze verjagen kraaien van de akkers en hun
uitwerpselen worden als mest gebruikt. Is in Nederland vooral het
wedvliegen populair, in Portugal houdt men meer van het schieten van
duiven
Wandelen in Portugal ©
1996-2008, Roel Klein & Bert Stok tenzij anders vermeld
|