Stadswandeling Évora                                 Home      

Uit: Zuid-Portugal  23 wandelingen door de Alentejo en Costa de Lisboa

Op Lemen Voeten, 2004

Tekst & foto's: Roel Klein & Bert Stok

Routekaartje: Jan Stok

 


Werelderfgoed Évora: ketters en studenten

Voor de tempel van Diana knielt een groepje studenten. Het is ontgroeningstijd. Ouderejaars in zwarte capes gebieden eerstejaars op hun knieën iets grappigs te declameren. Gelachen wordt er niet. Het nederige zwoegen van de groentjes wordt beloond met minachtend gapen. Een eeuwenoude traditie zou je denken, maar Évora is pas sinds enkele decennia weer studentenstad. Ooit hadden de jezuïeten hier een universiteit. In de 18e eeuw werd de orde opgeheven, het college gesloten en de paters het land uit gegooid. Van academisch centrum verviel Évora tot een onbeduidend provinciestadje. Nu doet het verwoede pogingen zich te profileren als moderne universiteitstad. Voorlopig moet de stad het nog hebben van haar verleden. “Best bewaarde stad uit Portugal’s Gouden Eeuw van ontdekkingsreizen en specerijenhandel”, oordeelde Unesco in 1986 en riep Évora uit tot werelderfgoed. Sindsdien stromen toeristen in grote getale toe. Maar de ‘gouden eeuw’ had ook zijn minder fraaie kanten. De stad werd centrum van de Portugese contrareformatie en de inquisitie, een kruistocht tegen elke vorm van ‘ketterij’. Évora, na de Anjerrevolutie van 1974 nog synoniem voor communisme en radicale landhervormingen, leeft nu vooral van de monumenten uit de tijd van de kettervervolging.

Bij de ingang van het Museu de Évora staat een suppoost wat verveeld naar het ontgroeningsritueel bij de tempel te kijken. In onze vragen heeft hij wel zin. “Ja, hier woonde vroeger de aartsbisschop. En daar zat de inquisitie”, wijst hij enthousiast. “Men zegt dat in het oudste deel, daar links, Vasco da Gama heeft gewoond”. Dat willen we zien. Vasco da Gama, de beroemde zeevaarder die in opdracht van koning Manuel I ruim 500 jaar geleden de weg naar Indië wist te vinden en daarmee de basis legde voor het Portugese peperimperium. Het land werd rijk, de koning schatrijk. Lissabon, centrum van de specerijenhandel, werd een van de grootste steden van Europa, maar de vorst verbleef liever in het rustige Évora. Koning Manuel gaf de stad grandeur, maar het waren vooral zijn fanatiek religieuze zoons João en Henrique die er hun sporen zouden nalaten. In het ‘Paço de Vasco da Gama’ wordt druk gewerkt. Vogels, reptielen, draken, zeemeerminnen: de muren van de binnenplaats en het oratorium zijn beschilderd met de meest bizarre voorstellingen. “Nee, die fresco’s hebben niets met de inquisitie te maken, ze zijn van voor die tijd. Maar dat daar wel”. De opzichter wijst naar een wapenschild. Onder een bisschopshoed zijn een olijftak en een zwaard met daartussen een kruis uitgehouwen in steen, de symbolen van de Portugese inquisitie.

Door een wirwar van straatjes lopen we omlaag naar het centrale stadsplein, het Praça do Giraldo. Onderweg wemelt het van joelende en schreeuwende ‘zwarte capes’ met in hun midden carnavalesk uitgedoste eerstejaars. Een lange tengere jongen speelt een vilein type: hoed, dolk en hangende sigaret. Een stevig meisje waggelt op knalgele zwemvliezen. Plotseling klinkt het commando: “silêncio”. Een jongeman met rood aangelopen hoofd rent langs zijn maatjes en roept om stilte. Door het steile straatje kruipt een lijkwagen omhoog naar de Sé, de middeleeuwse kathedraal met twee ongelijke torens. Daar werd in 1536 de oprichting van de inquisitie officieel aan het volk bekend gemaakt. Bij de plechtigheid waren ook de zoons van de inmiddels overleden Dom Manuel aanwezig. João, die zijn vader was opgevolgd als João III, had het ondanks pauselijke bezwaren voor elkaar: Portugal kreeg zijn eigen inquisitie. Zijn broer Henrique, de latere aartsbisschop van Évora, werd grootinquisiteur. Hij kreeg vrij spel om elke vorm van ‘ketterij’ met wortel en tak uit te roeien. Wie waren deze ketters in een land waar de invloed van Luther en Calvijn niets voorstelde? Net als in Spanje richtte de Portugese inquisitie haar pijlen vooral op de ‘Cristões Novos’, de in 1496 en ’97 onder dwang tot het christendom bekeerde joden. Onder hen waren veel rijke kooplieden, die een essentiële rol speelden bij het in stand houden van het Portugese handelsimperium. Met de inquisitie braken donkere tijden aan.

Rond de fontein op het Praça do Giraldo zitten, zoals op alle pleinen in de Alentejo, wat oude mannen. Grijs haar krult van onder hun petten, wandelstokken geklemd tussen de benen. Onder de arcaden wordt geflaneerd en wat verveeld in etalages gekeken. Op 23 september 1543 stroomde op dit plein het volk samen voor een macaber schouwspel: de eerste ‘auto-da-fé’. In een langzaam voortschrijdende processie werden de veroordeelden door de stad gevoerd, gekleed in een ketterhemd van geel linnen, in de hand een lange kaars. Zes ‘ketters’ waren gedoemd te sterven. Met luide stem verkondigde een geestelijke dat de Kerk niets meer kon doen voor deze arme verdoolden, waarna ze werden overgedragen aan de wereldlijke macht en in het openbaar verbrand. De sombere ‘Igreja de Santo Antão’, aan de kop van het plein, ademt ook nu nog de geest van de inquisitie. De kerk is een fraai voorbeeld van zogenaamde ‘estilo chão’, een strenge en sobere bouwstijl uit de tijd van de kettervervolging. In de langgerekte gevelwand van het plein zitten een paar nauwe openingen. Het zijn de ingangen van de ‘judiaria’, de vroegere jodenwijk. De straatjes zijn er lang en smal. Wanneer we een bejaarde vrouw naar de synagoge vragen, brengt ze ons naar een oud pakhuis. Naar binnen kan niet, de deur zit op slot. “De gemeente zoekt binnen naar de restanten”, fluistert onze gids. Achter een groepje studenten lopen we omlaag naar de middeleeuwse stadsmuur. Deze volgen we tot bij het 16e-eeuwse ‘Colégio do Espírito Santo’. In 1559 kregen de Portugese jezuïeten hier hun eigen universiteit. Het was de kroon op het werk van kardinaal, aartsbisschop en grootinquisiteur Dom Henrique in zijn kruistocht tegen elke afwijking van het ware geloof. Vanaf nu was het afgelopen met het vrije humanisme van de Renaissance. In korte tijd kregen de jezuïeten het monopolie op het hoger onderwijs in Portugal. Het einde van de ‘gouden eeuw’ was in zicht. Terwijl de gevluchte joden hun bijdrage leverden aan de voorspoed van de Lage Landen, ging het Portugese peperimperium ten onder en volgde een tijd van intellectuele en economische stagnatie. Op de binnenplaats van het ‘Colégio do Espírito Santo’, nu hoofdgebouw van de nieuwe universiteit van Évora, wordt alles in gereedheid gebracht voor het slot van de ontgroening. Vanaf de galerijen op de eerste en tweede verdieping zullen vanavond de 'zwarte capes' de eerstejaars op het plein met rot fruit bekogelen.

 


Stadswandeling Évora (5 km)                

Begin-/eindpunt: Praça do Giraldo in centrum Evora

Bereikbaarheid: trein en bus vanuit meerdere richtingen. Voor dienstregeling (horários) spoorwegen zie: www.cp.pt. Voor dienstregeling (horários) bussen zie:    www.rede-expressos.pt (heel Portugal; lange afstand) of www.rodalentejo.pt (Alentejo)

.

 


Route
Op Praça do Giraldo (1) met rug naar ingang ‘Agência do Banco de Portugal’ RD. Eerste straat RA (R. 5 de Outubro). Voor kathedraal LA (2). Loop om kathedraal en museum heen naar ‘Biblioteca Pública’. Hier RA straatje onder boog door. Bij splitsing LA (R. Freiria de Cima). Omlaag tot Largo dos Colegios (3). Direct RA (R. Conde da Serra da Tourega) tot Largo da Porta de Moura. Hier RD (R. da Misericórdia). Langs kerk en RD tot pleintje (Largo d’Álvaro Velho). Direct LA, weer LA en daarna RA (R. da Graça). Bij T-splitsing RA (R. do Cicioso). Eerste straat LA (R. de D. Braz) en direct daarna RA (R. do Eborim) tot hoofdstraat (R. da República). Schuin naar links oversteken en park in (4). Eerste uitgang rechts (Praça 1° de Maio). RD langs kerk (5) en straatje recht voor u inlopen. Eerste straat RA (R. Romão Ramalho) en RD tot plein (Praça do Giraldo). LA richting kerk. Derde straatje LA (R. da Moeda) (6). Omlaag tot eind. Hier haakse bocht naar rechts tot hoofdstraat (R. Serpa Pinto) (7). Hoofdstraat oversteken en RD (R. Lousadas). Straat maakt bocht naar rechts. Hierna eerste straat LA (R. Lagar do Cebo). Tweede straat LA (R. da Cal Branca) tot pleintje. RD tot Rua dos Penedos. Hier RA. Na 150 m LA trap af en door poortje in stadsmuur. RA en langs muur tot rotonde. Hier RA door stadsmuur en direct LA (R. do Muro) naar aquaduct (16e eeuw). Bij aquaduct RA (R. do Cano) tot T-splitsing (R. de Avis). Hier RA naar pleintje (Largo Luis de Camões). Daar LA (R. João de Deus). Naar Praça do Giraldo.
 

Kijkpunten

1. Giraldo bijgenaamd ‘Sem Pavor’ (zonder vrees): roofridder en avonturier die in dienst van Portugal’s eerste koning Afonso Henriques in de 12e eeuw vele steden en burchten veroverde op de Moren, waaronder Évora (1165). De kerk op het plein (Santo Antão) uit 1563 is een voorbeeld van de ‘estilo chão’. Voor de bouw ging een schitterende Romeinse triomfboog op de schop. De fontein is 16e-eeuws.

2. Centrum van religieuze macht ten tijde van de inquisitie. Voor u staat de Sé, de in 1283 ingezegende kathedraal (afgebouwd in 14e eeuw). Links daarvan het vroegere bisschoppelijk paleis (nu Museu de Évora). Tegenover het museum de Romeinse tempel (2e of 3e eeuw). Links daarvan het vroegere paleis van de inquisitie (nu universiteit). Links dáárvan het Paço de Vasco da Gama (Rua Vasco da Gama), waarschijnlijk ooit bewoond door de beroemde zeevaarder en later gebruikt door de inquisitie

3. Colégio do Espírito Santo, vroegere jezuïeten-universiteit, in 1559 opgericht en in 1759 weer gesloten door Pombal, de verlicht despotische eerste minister van koning José I. Sinds 1973 weer universiteit. De kerk is een fraai voorbeeld van de ‘estilo chão’.

4. Links ligt het Paço de D. Manuel, restant van het koninklijk paleis (15e & 16e eeuw). Hier kreeg Vasco da Gama opdracht voor zijn reis naar India.

5. Rechts ligt Igreja de São Francisco (15e eeuw), met de bizarre Capela dos Ossos, kapel waarvan de binnenmuren zijn bekleed met (mensen)beenderen (rond 1600).

6. Een van de straatjes door de middeleeuwse joodse wijk.

7. Voor bezoek Malagueira, interessante woonwijk (volkshuisvesting) van Siza Vieira (gebouwd tussen 1977 en 1992) hier LA. Door stadsmuur lopen. Ringweg oversteken. RD Avenida São Sebastião. Eerste straat RA (Avenida dos Salesianos). Weg volgen tot bruggetje. Wijk ligt aan rechterhand.