|
Parque Natural de Montesinho
Landschap

Moimenta - uitzicht op het dal van de Tuela en de Serra da Corôa
Het natuurpark heeft verschillende landschappen. Ruige bergen, diep
uitgesneden rivierdalen, uitgestrekte heidevelden, glooiend heuvelland met akkertjes, bemoste
eikenbossen, dennenbossen en kastanjegaarden.

Dal van de Onor
Waar landbouw plaatsvindt liggen de akkers als een
lappendeken over de heuvels. Het bruin van het geploegde land
contrasteert met het groen van nog te ploegen of braakliggende grond.

Op de akkers wordt graan verbouwd (vooral rogge en tarwe). Een groot
deel van de akkers ligt echter braak om te herstellen. Op deze landjes
grazen kuddes schapen.

Rio de Onor - karakteristiek dorp
Rond de nog vaak karakteristieke dorpjes liggen niet alleen akkers, maar
ook weidegronden, de "lameiros". Ze worden niet alleen 's zomers
bevloeid, maar ook 's winters, om bevriezing van het gras te voorkomen.
De belangrijkste steensoort in het park is schist, dat tussen de 500 en
400 miljoen jaar geleden werd gevormd. Dit is te zien aan de door
de erosie afgeronde bergen en heuvels, een in het park veel voorkomend
landschap. De in het noordelijk deel van het park gelegen granieten
bergketens, zoals de Serra de Montesinho en de bergen bij Moimenta, zijn
jonger. Ze vormen onderdeel van een massief dat grotendeels in Spanje
ligt en dat tussen de 400 en 300 miljoen jaar geleden ontstond. Het was de tijd dat de
continenten werden samengeperst tot één supercontinent: Pangea. Door de
enorme kracht
werden niet alleen laagvlaktes
opgestuwd tot hoge bergen, maar drong ook vloeibaar magma vanuit het
binnenste van de aarde de aardkorst binnen, waar het stolde tot graniet.
Het zijn als gevolg van de erosie nu middelgebergten waarvan de hoogste
top in Portugal net onder de 1500 meter blijft.

Serra de Montesinho
In het centrale deel van het park ontstonden zogenaamde basische (mafische) en
zelfs ultra-basische steensoorten zoals serpentiniet, een voor Portugal
vrij uniek geologisch verschijnsel. Het gevolg hiervan zijn hoge
concentraties zware metalen(nikkel en chroom) in de bodem. Dit
heeft op zijn beurt weer gevolgen voor de flora in het gebied (zie bij
vegetatie).
Klimaat
Het klimaat in het park kan gematigd continentaal worden genoemd.
Vooral het westelijk deel en de bergen worden sterk beïnvloed door de
Atlantische Oceaan. Daar valt dan ook de meeste regen.

In het oostelijke deel heeft het klimaat een
meer continentaal karakter. In het
lager gelegen zuidelijk deel heeft het klimaat ook mediterrane trekken. Het park
kent korte warme en droge zomers en lange relatief koude en natte winters.
Het kan er dan vriezen en sneeuwen, zeker in de hoger gelegen gebieden. De
bevolking zegt dan ook: "het is hier negen maanden winter (inverno) en drie maanden hel (inferno)"
Vegetatie Het park heeft een gevarieerde vegetatie. Er zijn bossen
van bergeiken (Quercus pyrenaica), steeneiken (Quercus
rotundifolia), tamme kastanjes en naaldbomen
(zeeden, grove den en lariks). Daarnaast zijn er uitgestrekte velden met struikgewas.
Op de hoogvlakten
groeien dopheide (Erica tetralix), schermbloemige heide (erica umbellata) en een soort
Spaanse boomheide (Erica
australis ssp. aragonensis). Ook vinden we hier stekelbrem (Genista anglica), Echinospartum ibericum,
Halimium alyssoides (een soort zonneroosje) en "carqueja" (Chamaespartium
tridentatum). Meer naar het westen, waar de invloed van de oceaan groter is,
groeit ook dwerggaspeldoorn (Ulex minor). Op de lagere hellingen groeien cisteroos (Cistus
ladanifer). We zien er ook een soort kuiflavendel (Lavandula stoechas ssp.
sampaiana) en een soort Spaanse marjolein (Thymus mastichina ssp. mastichina).
Op minder geërodeerde hellingen
met relatief diepe bodems groeien verschillende
soorten brem (Cytisus scoparius, Cytisus striatus en Cytisus multiflorus).

Serra de Montesinho
Langs de vele beken en riviertjes groeien
zwarte elzen (Alnus glutinosa),
smalbladige essen (Fraxinus angustifolia) en zwarte populieren. Van de koele en vochtige atmosfeer profiteren ook boterbloemen, varens, kersen (Prunus avium),
sporkehout (Frangula alnus), eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en
hazelaar (Corylus avellana). Hier en daar zien we wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia).
Bijzonder zijn Luzula sylvatica ssp. henriquesii (een soort grote
veldbies),
Veronica micrantha (een soort ereprijs) en Clematis campaniflora. Langs
beddingen die 's zomers droog staan, maar waar s' winters een woeste beek
stroomt, groeit Salix salvifolia, een wilgensoort.
Op de bevloeide weilanden groeien naast
grassen en klavers ook orchideeën zoals Serapias lingua (tong-orchis) en Dactylorhiza
maculata (gevlekte orchis).

Tong-orchis
(foto Jan Stok)
Zeldzamer zijn Paradisea
lusitanica (paradijslelie), de Ajuga pyramidalis ssp. meonantha (een soort piramidezenegroen)
en grote tijm (Thymus pulegioides).
Op plaatsen waar zogenaamde basische of mafische steensoorten voorkomen (o.a. serpentiniet)
en er dus hoge concentraties zware metalen in de bodem
zitten, komen er een aantal bijzondere en soms zelfs unieke plantensoorten voor.
Dit zijn onder andere: Armeria eriophylla (een soort Engels gras), Anthyllis sampaiana
(een soort wondklaver) en Avenula pratensis ssp. lusitanica (een soort beemdhaver).
Verder zien we hier kruidachtigen zoals Santolina semidentata, varens als Asplenium adiantum-nigrum ssp. corunnense
en Notholaena
marantae ssp. marantae en hokjespeul (Astragalus incanus ssp. nummularioides)
die in Portugal alleen hier voorkomen. Typisch voor dit milieu zijn ook de
anjersoort Dianthus laricifolius ssp.
marizii, Linaria aeruginea (een soort
leeuwebek) en Alyssum
serpyllifolium (een soort schildzaad).
Top
Fauna
Het natuurpark kent een relatief grote variëteit aan grotere zoogdieren.
We vinden er
wilde katten (Felis silvestris), genetkatten (genetta genetta), dassen,
wilde zwijnen en reeën. Maar er zijn ook edelherten (Cervus
elaphus) en Iberische wolven (Canis lupus signatus). Het park is een van de
weinige plekken in Portugal met een stabiele wolvenpopulatie die geheel
kan leven van de jacht op andere wilde dieren. In tegenstelling tot
andere natuurgebieden vormt de wolf hier dus nauwelijks een bedreiging
voor de veestapel.
Bij water
zitten otters, maar ook de bijzondere Pyreneese desman (Galemys pyrenaicus), een molachtig zoogdier dat in
koude, snelstromende bergbeken leeft. In de bevloeide weilanden
vinden we woelratten en Baskische woelmuizen.
Er zijn ook veel vogelsoorten. In de bossen zitten
haviken en
sperwers, maar het zijn vooral de hoger gelegen heidevelden die
biologisch van groot belang zijn. We zien er de blauwe kiekendief die
broedt in het lage struikgewas.

Blauwe kiekendief
(foto Jan Stok)
We zien er ook
steenarenden en havikarenden Zij maken hun nesten tegen steile bergwanden. Daar broeden ook de oehoe, de alpenkraai en de alpengierzwaluw.

Alpenkraaien (foto Jan Stok)
In de zomer
zien we ook slangenarenden op jacht naar slangen en hagedissen. We zien
dan ook de grauwe kiekendief laag boven de grond zwevend het terrein
afzoeken naar prooi. Dichter bij de de dorpen zit de rode wouw. 's
Zomers zien we hier ook de zwarte variant. De wouw leeft van de jacht, maar
meer nog van aas. Ook vinden we hier ooievaars, die als het kouder
wordt het park verlaten, en patrijzen (perdix perdix en alectoris rufa).

Rode wouw (foto Jan Stok)
Kleinere
soorten die in het park komen broeden en de zomer doorbrengen zijn de
ortolaan, de rode rotslijster, de blonde tapuit, de
roodkopklauwier, de grauwe klauwier, de bergfluiter, de baardgrasmus en de orpheusgrasmus.
Bij de beken en op de bevloeide
weilanden zien we waterpiepers en waterspreeuwen.
Verder zijn er "gewonere" vogels als de goudvink en de koekoek en dichter bij de dorpen
de hop. In de velden zitten kwartels en langs de beken ijsvogels.

Jonge koekoek (foto Jan Stok)

Hop (foto Jan Stok)
Reptielen zijn
er ook. Voor de wipneusadder
(Vipera latastei) moet u oppassen. De gladde slang (Coronella austriaca)
is onschuldig. Bij water kunt u de Spaanse kikker (Rana iberica) en de marmersalamander (Triturus marmoratus)
tegenkomen.
Ook zijn er Spaanse smaragdhagedissen (Lacerta
schreiberi). In de vele beekjes zwemmen forellen. Bijzonder is de grote
populatie beekparelmossels (Margaritifera margaritifera),
een soort die op vele plaatsen wordt bedreigd door afdammingen,
vervuiling van beken en de jacht op parels.
In het park zitten ook veel vlinders zoals de Morgenrood
(Lycaena virgaureae), de Braamparelmoervlinder
(Brenthis daphne)
en
de Akkerparelmoervlinder
(Boloria
dia).
Top
Economie In het park wonen net iets
meer dan 8000 mensen. De bevolking leeft er geconcentreerd in
dorpen. De boeren hebben een gemengd bedrijf. Men verbouwt graan (rogge en
tarwe) en houdt wat vee (koeien, schapen en varkens). Ook worden er bijen gehouden.

Het belangrijkste koeienras was vroeger de "Mirandesa". Door de introductie van
andere rassen (o.a. de Friese koe) is het aantal hiervan de laatste decennia sterk gedaald. Toch
heeft het vanwege de uitstekende kwaliteit van het vlees economisch potentieel.
Ter stimulering is er een speciaal keurmerk in het leven geroepen, waarmee
de herkomst van dit vlees wordt gewaarborgd (Denominação de Origem Protegida).

Ploegen met behulp van Mirandese koeien
Belangrijk is de productie van kastanjes. Vooral het centrale deel van het park staat vol met kastanjebossen
en overal worden nieuwe kastanjegaarden aangelegd. Ondanks het zeer
arbeidsintensieve oogsten, is de kastanjeteelt nog steeds een lucratieve
bezigheid. In november komen de handelaren naar de dorpen om de kastanjes op te
kopen. Het grootste deel is bestemd voor de export (vooral naar Frankrijk en
Brazilië).

Aanplant van kastanjebomen

Kastanjeoogst in oktober
Wijn en olijven zijn er nauwelijks. Wel is er bosbouw (zeeden, grove den en
lariks) en dan vooral in het oostelijk deel van het park en in de bergen. Ook
zijn er enkele forelkwekerijen.
De laatste jaren is er een ontwikkeling te zien van het toerisme. Het geheel heeft nog een zeer bescheiden karakter
en betreft naast een enkel hotel of restaurant vooral de verhuur van kamers en
huisjes door het natuurpark zelf, maar ook door particulieren. In het park zijn
zones waar gejaagd mag worden en tijdens het jachtseizoen wordt hiervan, mede
dankzij de gevarieerde fauna, dan ook gretig gebruik gemaakt door mensen uit de
stad. De jagers vormen
een zeer belangrijke groep klanten voor de plaatselijke horeca.
In het park liggen uitsluitend kleine dorpen.
De belangrijkste plaatsen aan de rand van het park zijn Vinhais en vooral Bragança, een sterk groeiende stad waar veel mensen werk
vinden.
Top

Citadel van Bragança
Wandelen
Zie
hiervoor de wandelgids: Noord-Portugal - 25 wandelingen

In deze gids staan vier routes in het natuurpark beschreven.
Meer informatie over de wandelroutes is te vinden op het kaartje
hieronder:
Klik
op het kaartje voor vergroting
Openbaar vervoer
Top
De dorpen in het natuurpark zijn niet bereikbaar per openbaar vervoer. Bragança
is per bus goed bereikbaar.
Voor dienstregeling (horários)
bussen klik hier
Overnachten
Campings: Voor meer informatie over campings zie:
www.roteiro-campista.pt of
www.rt-nordeste.pt
Hotels en pensions: Voor meer informatie over hotels/pensions
(alojamento),
zie:
www.rt-nordeste.pt
Kaarten
Carta
Militar de Portugal: serie M 888; 1:25.000. Voor meer informatie klik
hier
Foto's
Voor meer foto's van het natuurpark en directe omgeving, klik
hier
Bezoekerscentrum natuurpark
Bairro Rubacar
Rua Cónego Albano Falcão,
Lote 5, Apartado 90
5301 - 901 BRAGANÇA
Tel. (351) 273 300 400
Fax.(351) 273 381 179
e-mail: pnm@icn.pt
en
Rua Dr. Álvaro Leite
Edifício da Casa do Povo
5320 - 332 Vinhais
Tel. (351) 273 771 416
Fax. (351) 273 771 416
Toeristische informatie
www.rt-nordeste.pt
Top
Wandelen in Portugal ©
1996-2008, Roel Klein & Bert Stok tenzij anders vermeld
|